Genoeg van bureaucratie in jeugdzorg

Steeds meer psychologen hebben genoeg van de enorme administratie die de behandeling van jongeren vergt. Soms stoppen ze daarom, zoals Jos Haartmans uit Geleen. De gemeenten begrijpen de klacht, maar pas in 2023 wordt het iets overzichtelijker.

Geleen

Meerdere generaties kinderen en volwassenen heeft Jos Haartmans in zijn praktijk zien langs komen. De 65-jarige psycholoog en orthopedagoog uit Geleen wil nog niet met pensioen. Maar de laatste werkjaren die hij nog voor de boeg heeft, wil hij met vreugde en voldoening werken. Daarom is hij begin dit jaar gestopt met de behandeling van kinderen.

Hij heeft genoeg van het oerwoud aan administratie waar hij zich doorheen moet kappen voor ieder kind dat hij aanneemt. Haartmans is niet de enige die genoeg heeft van de bureaucratie in de jeugdzorg. Volgens het overkoepelende PsyZorg Zuid-Limburg zijn er al tussen vijf en tien psychologen om vergelijkbare redenen gestopt met de behandeling van jongeren.

Anet Bruls doet de administratie van de grotere Psychologen Praktijk Kerkrade Heerlen en herkent de bezwaren van Haartmans. „Het is heel veel geneuzel en het verandert ook steeds. Ik hoor diverse psychologen klagen en zeggen ‘nee, niet te veel kinderen, anders krijg ik de administratie niet rond’.”

Nieuw patiëntje

Jos Haartmans heeft begin najaar nog een nieuw patiëntje uit Heerlen aangemeld. Die gaat hij nog behandelen omdat de aanvraag van 2020 dateert. Maar ruim drie maanden later is hij nog niet begonnen. „Rond hetzelfde moment ben ik gestart met de behandeling van een volwassene en die heeft al zes sessies achter de rug”, zegt Haartmans. „Met de administratie van twintig jongeren ben ik ongeveer evenveel tijd kwijt als met die van honderd volwassenen.”

Het grote verschil: de behandeling van volwassenen wordt vergoed door de zorgverzekeraar, die van jongeren door de gemeenten. Die krijgen daar sinds 2015 geld voor van het Rijk. Maar de rijksoverheid heeft stevig bezuinigd op jeugdzorg, zodat de gemeenten iedere stuiver en iedere handeling streng controleren. Dat heeft geleid tot een gigantische administratie, noem het bureaucratie.

„De regelgeving is gebaseerd op wantrouwen en vooral op controle. De zorgaanbieders worden behandeld als potentiële criminelen”, ervaart Frans Vaartjes, psycholoog van PsyZorg, dat circa veertig kleinere psychologenpraktijken vertegenwoordigt.

Digitale omgeving

„Voor volwassenen heb ik een contract van tien kantjes met de zorgverzekeraars”, schildert Haartmans. „Voor jongeren bestaan de contracten uit 52 pagina’s , waarbij moet ik inloggen in een digitale omgeving. Verplicht kruisjes zetten!  Als ik het contract krijg moet ik minimaal in het berichtenverkeer van de gemeente telkens 5 keer tientallen gegevens opnieuw invoeren in een App en daarna in nog eens 5 digitale andere omgevingen en wel omdat die digitale omgevingen van verschillende aanbieders zijn en niet gekoppeld zijn. Het zijn steeds dezelfde gegevens.  Bovendien moet een behandelaar of begeleider zijn gegevens bij iedere gemeente vaak anders aanleveren.

Per 1 januari verlangen gemeenten een van iedere zorgaanbieder een nieuw keurmerk. „Dit gaf de doorslag, het was slikken of stikken. Het is buiten alle proporties”, zegt Haartmans. „Je krijgt de situatie dat ambtenaren bepalen wat psychologen  moeten doen, ik heb klinische registraties en weiger te luisteren naar een HBO-ambtenaar die geen zorgregistratie heeft.  Ook Frans Vaartjes heeft er moeite mee dat gemeenteambtenaren geen ervaring hebben met dit werkveld en daar wel besluiten over treffen. „Er wordt heel veel vanachter het bureau uitgedacht, vooral in beheersmatige en financiële zin. Dat is moeilijk met de inhoud te verbinden.”

De psycholoog uit Geleen ligt niet wakker van zijn koerswijziging. Want het aantal volwassen cliënten is door corona alleen maar gegroeid. „Ik haal nog genoeg voldoening uit mijn werk en heb veel tevreden cliënten. Ik vind het vooral vervelend voor de kinderen en hun ouders.”

Langere wachtlijst

Minder behandelaars betekent minder zorgaanbod en mogelijk langere wachtlijsten voor jongeren. Terwijl de problemen in die categorie alleen maar toenemen. Dat was voor corona al het geval. Van de andere kant willen de gemeenten juist minder zorgaanbieders. Want hoe meer praktijken, groot of klein, jeugdzorg aanbieden, hoe meer rompslomp en kosten de gemeente heeft.

In Zuid-Limburg coördineert Maastricht bijna alle jeugdzorg voor de gemeenten. Zij hebben het nieuwe keurmerk ingevoerd om twijfelachtige zorgaanbieders eruit te filteren. De kleine praktijken die jarenlang professioneel en degelijk werk hebben geleverd, zijn daar de dupe van.

Wethouder Bert Jongen van Maastricht (D66, jeugdzorg): „Ik herken de klachten over de administratie, maar het is niet ons beleid om de kleinere aanbieders daardoor te ontmoedigen. Ik snap het gevoel van zo’n eenpitter. We kunnen alleen maar zeggen ‘werk samen met andere aanbieders’.”

Mix van grote en kleine

Heerlen, Landgraaf en Voerendaal hebben zich losgemaakt uit het samenwerkingsverband en voor de ambulante jeugdzorg bureau JENS opgericht. Dat is volgens Frans Vaartjes van PsyZorg ook weer een logge organisatie met managementstructuren. „De vrij gevestigde psychologen hebben zich niet voor niets juist vaak uit een grotere organisatie losgemaakt.”

Twee jaar geleden telde de regio 235 aanbieders van jeugdzorg, nu zijn het er nog steeds iets minder dan tweehonderd. Voor 2023 moeten alle zorgverleners opnieuw inschrijven. Jongen: „Het doel is een eenvoudiger administratiesysteem en minder aanbieders. Wat mij betreft wordt het een mix van grote en kleine aanbieders, van aannemers en onderaannemers. Daarnaast werken we aan een uniforme administratie voor alle gemeenten.”

Ook Haartmans en Vaartjes schetsen zo’n tussenvorm: psychologen kunnen als een soort onderaannemer aanhaken bij een grotere instelling en zo hun zelfstandigheid en kleinschaligheid behouden. Zo behandelt Haartmans zijn laatste patiëntje als onderaannemer van JENS. Vaartjes: „Maar dan zit er een schakel tussen en krijgen psychologen minder betaald. Ik denk dat daardoor meer psychologen zullen afhaken.”

Keuzevrijheid

Wat is het beste voor jongeren zelf? Keuzevrijheid, stelt Frans Vaartjes. „De jongere is heel goed in staat om via internet een zorgaanbieder te vinden die bij hem past.” En het werkt, stelt Bert Jongen, want er zijn nauwelijks wachtlijsten. „Met zo’n tweehonderd is de capaciteit zo groot dat we de vraag aankunnen.”

Ook Jongen vraagt zich bijna dagelijks af ‘hoe we het zo ingewikkeld hebben kunnen maken’. „Sommigen zeggen daarom dat de decentralisatie is mislukt. Nee, want meer kinderen maken er gebruik van en we kunnen kinderen eerder hulp bieden. Het is wel mislukt als decentralisatie samengaat met twintig procent bezuinigingen, terwijl twaalf procent meer kinderen zorg krijgen.”

Volgens Jos Haartmans is een parallel met de toeslagenaffaire niet te vergezocht. „Als het dadelijk misgaat, komen ze tot dezelfde conclusie als bij de affaire: dat ambtenaren te rigide te werk zijn gegaan en de grenzen van het redelijke hebben overschreden.

1,8 miljard tekort op jeugdzorg

Het Rijk zou jaarlijks 1,6 tot 1,8 miljard euro moeten bijleggen op de jeugdzorg. Dat is de uitkomst van een studie door bureau AEF in opdracht van het ministerie van vorige maand. De tekorten ontstaan doordat meer kinderen jeugdzorg krijgen en de jeugdhulp steeds langer duurt. Het Rijk gaat samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten onderzoeken wat het niveau van jeugdzorg in de toekomst moet zijn en welke kosten daarmee gemoeid zijn.

DE LIMBURGER 27.01.2021 geschreven door Benti Banach, Foto Peter Schols.

Mededeling per 27.01.2021 :Indien u als collega psycholoog, ouder, huisarts, betrokkene het eens bent met dit verhaal dan kunt u een mail sturen naar joshaartmans@pobos.nl voorzien van uw naam,adres en eventueel praktijkgegevens/registratie en dan voeg ik deze toe aan de lijst van personen die deze gang van zaken ook buiten proporties vinden en dan stuur ik deze lijst op naar diverse instanties, bv. GGZ Nederland, Jeugdzorg, Regering, etc.

Enkele belangstellenden waren vandaag 29.01.2021  bijvoorbeeld collega's, praktijkhouders, huisartsen, ouders en een kamerlid van de 1e kamer.